Een pril begin

Een pril begin

Muur, dapper door de sneeuwlaag komend

Een nieuw jaar, een nieuw begin, winter nog en alles sluimert. Maar ondergronds zijn de voorbereidingen bezig, en bovengronds wordt ons een glimp gegund.

Sneeuw op de tuin, en flinke vorst, maar dit kruid, het muur heeft er schijnbaar geen last van. Een ontroerend beeld, kwetsbaar en tegelijkertijd dapper, volhoudend, vol moed, op naar het nieuwe seizoen, het groeiende licht, de wereld in.

Klein hoefblad, een van de vroegste bloeiers, met prachtig gele bloempjes

 

 

 

Toen we in januari aan het wieden waren tussen de blauwe bessen, kwamen we een bijzondere kluit met een soort knoppen tegen, wat oh wat? Je voelde bijna de groeikracht in de kluit, die dwang om te groeien, om eruit te komen, om te “zijn”. Dus een paar “kluiten” bewaard. Maar vergeten,  laten liggen, open en bloot, in vorst en sneeuw. Wie schetst onze verbazing toen we dinsdag (23/2) diezelfde kluit weer tegenkwamen: met uitgedroogde worteltjes, kou en sneeuw doorstaan, met een prachtig goudgeel bloemhoofdje!! Het is Klein Hoefblad Tussilago farfara!

Deze ontdekkingen leken wel een metafoor voor ons bedrijf, voor ons zelf . Met de verwoestende brand in het geheugen, de rustpauze die volgde, vol van innerlijk werken, verwerken, en een stil doorwerken in de tuin. De ruige natuur, plantjes die kwetsbaar zijn, maar ook vol innerlijke kracht, en die, ondanks tegenslagen, doorzetten, om weer opnieuw tot bloei te komen.

Opruimdag

Opruimdag

Dinsdag 29 december werd een bijzondere dag. Leden van het Voedselkollektief (Voko) Amersfoort kwamen (in overleg) met een groep opruimen. Vanuit de tuin sloten zich een aantal vrijwilligers aan zodat we ineens met een groep van wel 13 mensen konden beginnen aan het opruimen van de naargeestige, zwartgeblakerde restanten van wat ooit de abri was geweest. Een klus waar we aan de ene kant niet naar uitkeken, vanwege de emotionele beladenheid, en die we aan de andere kant zo graag gedaan wilden hebben.

 

Achterzijde van de abri; het losmaken van de dakplaten
Leegte, enkel nog het as met scherven en metaal resten

De dag begon koud (3 C) en nat, maar allengs werd het beter, totdat zelfs de zon ging schijnen. En het leek net of de dag zelf ook in een zonlicht kwam te staan. Eerst nog onwennig, kwam er al gauw een bedrijvigheid op gang waarin iedereen zijn/ haar weg leek te vinden, en het samenwerken bijna vanzelf ontstond. Van een afstandje bekeken deed het denken aan een mierenhoop waarin iedereen  doelbewust bezig was.

En zo vlotte het werk ook goed. Na een lunch met heerlijke pompoensoep, ving het tweede deel van de middag aan; de dakplaten waren verwijderd en er restte nog zwarte bergen smurrie op de grond, waaruit menig scherf gevist werd om in de toekomst eventueel in een nieuw mozaïek bord te kunnen dienen.

Als afsluiting van de dag nog even een stevige klus: het karkas van de trekker op de aanhanger manoeuvreren.  Met inzichten  (en gewichten) van diverse personen lukte dat prima. En toen was het voor vandaag genoeg.

Groot is onze dank naar alle helpers. Wat een geweldig idee van het Voedselkollektief om dit te organiseren, en wat voelen we ons gedragen en geholpen. Heel fijn.

het karkas van de trekker

Alles gesorteerd, alles kan afgevoerd worden, een bodem gruis die er nog ligt, zwarte leegte, uitnodigend voor een volgende fase……

 

Abri afgebrand

Abri afgebrand

In de nacht van donderdag 26 november op vrijdag 27 november werd er om 23.45 u alarm geslagen door een wandelende buurman: de abri (ons onderkomen) op de tuin, stond in lichterlaaie. De brandweer uit Achterveld kwam eraan te pas, met een watertankwagen uit Kootwijkerbroek, maar te redden viel er niets meer. Bijna onbeschrijfelijk was het verdriet toen wij de volgende ochtend gingen kijken: er was letterlijk niets meer van over.

Daar waar eerst onze stoelen stonden rondom de tafel met een bos bloemen, ligt nu een dikke laag as, vermengd met het metaal van de prullenbak, de snoeischaren, de vorken van de riek.

Waar het kleurige Tres Jolie mozaiekbord ons herinnerde aan geweldige samenwerkingsdagen met vrijwilligers, de kachel stond te wachten op warme gezelligheid tijdens de pauze, waar de “balie” zo prachtig was gebouwd door helpende handen, klaar om in de zomer de geplukte emmertjes frambozen af te wegen, rest ons nu een zwarte laag troep, as, leegte.

 

Wat precies de oorzaak is geweest wordt nog onderzocht, maar duidelijk is dat de brand niet vanzelf is ontstaan.

Ondertussen gaan er allerlei lijsten door m’n hoofd, van spullen die er niet meer zijn. De theeglazen en thermoskannen, het mooie vitrinekastje op de balie, de vlag, de buffetkast met alle kopjes. En aan de andere kant (letterlijk) de trekker, de gereedschappen, de rieken en scheppen de takkenscharen en hakjes, handschoenen, regenjassen, werkkleding, kniebeschermers, clipjes, en ga zo maar door. Met de tijd die verstrekt, wordt de lijst steeds langer, wordt het bewustzijn van de gelede schade, materieel maar vooral ook innerlijk, immaterieel steeds scherper. En dan, ineens het besef dat de ruimte zelf, zo door vele handen opgebouwd en verzorgd, ons nu ook niet meer kan beschermen voor de regen, de kou van de komende winter, geen rustplek meer kan bieden voor de pauzes. Of als ruimte om groepen te ontvangen .

En hoe lang is dit nu eigenlijk geleden dat we zo bijna vanzelfsprekend van de abri gebruik maakten?

Zo malen we deze dagen door, bewustwording van wat was en van wat nu is.

De vele reacties die wij van iedereen ontvingen, maken duidelijk wat voor een fijne en belangrijke plek de tuin voor velen inneemt. Hartverwarmend hoe mensen hun hulp aanbieden, in werk, goederen, financieel. Dat geeft veel troost. Superfijn!!

Hoe verder? We moeten het nog laten bezinken, verwerken, en dan rustig verkennen hoe nu verder. Daarover later meer.

Illegale (?) plukker

Illegale (?) plukker

Als ik richting notenboom loop om noten te gaan rapen, rent er een eekhoorntje voor me uit. Ha, denk ik nog in een flits, daar heb ik je, nu kan ik je in ieder geval wegjagen, de noten die er liggen zijn voor ons. In een flits, die gedachte, maar de werkelijkheid is anders. Want pluimstaart schiet vrolijk de boom in, en even later kijk ik machteloos toe hoe hij in het topje van de boom heerlijk op een nootje zit te knabbelen. Terwijl de wind speelt met de bladeren, zwiepen de hoogste takken behoorlijk heen en weer, waardoor ikzelf bijna misselijk word van het kijken. Maar eekhoorn heeft er geen last van.

En als mijn aandacht verslapt springt hij via tak en tak en tak weer op de grond, mij achterlatend met een gevoel van onbeholpenheid, terwijl ik op de grond kijk en zoek tussen de grassen en dorre bladeren naar de eerste paar gevallen noten. Nee, dan pluimstaart, die heeft een heerlijke, grote voorraad in de boom hangen (en dat zonder gras te maaien, of onkruid te wieden……… ).

)

Herfst of toch lente?

Herfst of toch lente?

Als ik door het bos loop, merk ik een bijna lente-achtige sfeer. De bodem is bedekt met een tapijt van bruine, verdroogde bladeren, vooral van beuken, maar de bladeren aan de bomen zelf zijn frisgroen, soms net uitgelopen. En op plekken waar net wat meer beuken bij elkaar staan schemert een lichtgroen licht door de bomen heen, alsof het lente is.

Het lijkt erop dat de extreme droogte deze zomer als een soort winterstop heeft gewerkt voor de natuur. De bomen gingen pijlsnel herfst/ winter in, om zo de droogte te overbruggen. Maar met de regen die uiteindelijk volgde kwam er ineens nieuw leven, nieuwe energie in de boom. Zo ook op de tuin; wat blijkt de natuur je toch telkens te verrassen. Want terwijl de ene appelboom vol hangt met lekkere appeltjes, zoals gebruikelijk is in de (bijna) herfst, bloeit de buurboom alsof het lente is!

Bramenpluk

Bramenpluk

Met twee emmertjes aan mijn riem loop ik naar de rijen bramen. Eentje voor de jam-bramen, eentje voor de mooie-bramen (winkel, taart etc). Mijn doel is de overrijpe en beschadigde bramen te plukken en de mooie te laten hangen, voor de zelfpluk, schoonplukken noem ik dat. Bramen plukken is een kunst: je niet te laten verleiden door de zwarte kleur, maar elke braam voorzichtig vast te pakken. Als de braam met een klein knikje loslaat, weet je dat die rijp is! Overigens weten vogels, wespen en vliegen ook haarfijn (en sneller) welke rijp en goed eetbaar zijn. Terwijl ik zo met veel geduld langs de bramenrij loop, me met moeite inhoudend om niet al die heerlijke, sappige zwarte  bramen te plukken, hoor ik zo nu en dan een zachte plop achter me; toch weer eentje gemist.

Oh wat graag zou ik bramen- minnend Nederland willen oproepen: ga plukken, nu!! Die zwarte rijkdom, die overweldigende sensatie van smaak, van zomer! Nu is het moment dat de bramen rijpen, in de tuin, in het wild, pak alsjeblieft dat moment. Ik waan me al plukkend in een bramenparadijs, overweldigd door de trossen overhangende bramen.

Tegelijk vliegen de gedachten door mijn hoofd, plannen, ideeën, de één nog grootser dan de andere. Aan het einde van de rij, net als ik aan de volgende rij wil beginnen, stuit ik op een mooie en voor vandaag zó toepasselijke tekst; geniet het moment. Ik geniet, dát is zeker, mijn bramenhanden zijn er getuige van.

En ik zou iedereen dit moment van harte gunnen!!

Snoeischrik

Snoeischrik

Eind maart,  snoei van de appelbomen. Blik gericht op boven. Want snoeien betekent: kijken, kijken, kijken, en ook een soort communiceren met de boom. Zeker als het een hoogstamboom betreft is je blik omhoog gericht. Hoe groeit de boom? welke takken bewaren? waar zit teveel “takkerigheid” (zoals ooit een cursusdocent vanuit gemeente Ede me vertelde)? En als je dan ineens op iets zachts gaat staan, en een schreeuw hoort, snap je in eerste instantie niet wat er aan de hand is. Verdwaasd kijk je naar de grond, ziet in eerste instantie niets in het gras. Totdat, heel diep verscholen, twee ogen je argwanend begluren: een jong haasje houdt zich stil en zit verstopt tussen het lange gras! Als we even later kijken zit het beestje nog steeds heel stilletjes, een halve meter verder tussen de grassprieten verstopt. Wij laten het jonkie met rust, moeder zal strakjes wel komen om het diertje te voeden. Want jonge haasjes moet je nooit oppakken. Ze spelen het nest uit en moeder zal zo goed zijn om dagelijks de ronde langs haar kroost te doen. Dit haasje heeft z’n eerste les geleerd. En Christine ook: tijdens het snoeien van de hoogstam, omhoog, maar ook zo nu en dan even omlaag kijken….

Vroege lente

Vroege lente

Eerste paardenbloem (31-01)
Wilgenkatjes (06-02)
Bloeiende treurwilg (03-03)
Hagelstenen (03-03)
Bloeiende prunus (03-03)

De lente begon dit jaar al vroeg, de natuur is in de war. Bloeien of nog winterrust? Vandaag op de tuin was het weer ook aan het aarzelen. De zon scheen, de prunus bloeide mooi licht roze, de rozenbottels liepen al uit. Vogeltjes alom, je voelde de lente. Wij druk met snoei en onkruid. Tot opeens een flinke bui, met hagelstenen, het gras danste in het wit. Maart roert zijn staart…..

Winterse dag

Winterse dag

Kaardebol met bevroren mist

Vandaag, dinsdag 21 januari, was een dag met dikke mist. In de loop van de dag loste de mist wel wat op, maar koud bleef het wel de hele dag. Gelukkig hadden we het kacheltje vrij snel aan, konden we in de pauze onze handen en voeten warmen.

Valt er wat te doen zo in de winter? Jazeker, het werk gaat gewoon door, zij het in een iets trager tempo, want de lijst winterklussen is lang.

Deze dag zowel bezig geweest met snoeien van de zwarte bessen als de kruisbessen en de rozenbottels. En zodra de grond ontdooid was konden we onkruid wieden onder de bramen om er vervolgens een dikke laag blad erover heen uit te rijden.

De mist bracht een stilte met zich mee, geluiden werden gedempt. Het voelde net alsof je op een eilandje aan het werk was, terwijl je wist dat her en der anderen bezig waren met snoeien, wieden, water koken, takken opruimen. Een verstilling die naast de kou en de mist ook een schoonheid met zich meebracht, of zoals de Engelsman, die vandaag voor t eerst een dagje meewerkte, opmerkte, ondanks de kaalheid der struiken: wat een prachtige tuin.

Appeloogst

Appeloogst

Wat een bewondering heb ik dit jaar gekregen voor de appelboom. De boom die begin mei zo prachtig bloeit, met die zacht roze-witte bloesem, zo stralend in de prille lente. Als in de zomermaanden de aandacht naar de bessen en de rest van de tuin gaat, worden stilletjes de kleine vruchten gevormd, die gedurende de zomer groter en groter worden. Totdat je op een rondwandeling ineens weer die boom tegenkomt en merkt dat er dit jaar toch wel behoorlijk veel appels aan zitten. Als we begin september de eerste appels gaan rapen, dringt ineens het besef door wat die boom eigenlijk mee moet maken: emmers vol rapen we, bij elkaar al gauw zo’n 60 a 70 kg. En, opkijkend naar de boom, zie je dat die nog nauwelijks leger is!! Dus vanuit het niets, vanuit de lichte bloesem, groeit daar in een aantal maanden, tot wel ruim 200 kg aan al die takken, wat een vracht! Geen wonder ook dat de takken flink doorbuigen, sommige zelfs tot op de grond!

Tot vandaag: de stevige wind van gisteren heeft flink aan de takken gerammeld en vandaag vind ik ineens alle appels op de grond. Dat wordt rapen ipv plukken! De verlichting van de boom is bijna voelbaar en de takken veren weer heerlijk omhoog de lucht in, wat een verademing.

Lunterse Pippeling, begin september
Lunterse Pippeling
En daar liggen ze ineens allemaal op de grond, na de wind van 29/09. En de boom? Die is helemaal leeg, heerlijk.