Winterse dag

Winterse dag

Kaardebol met bevroren mist

Vandaag, dinsdag 21 januari, was een dag met dikke mist. In de loop van de dag loste de mist wel wat op, maar koud bleef het wel de hele dag. Gelukkig hadden we het kacheltje vrij snel aan, konden we in de pauze onze handen en voeten warmen.

Valt er wat te doen zo in de winter? Jazeker, het werk gaat gewoon door, zij het in een iets trager tempo, want de lijst winterklussen is lang.

Deze dag zowel bezig geweest met snoeien van de zwarte bessen als de kruisbessen en de rozenbottels. En zodra de grond ontdooid was konden we onkruid wieden onder de bramen om er vervolgens een dikke laag blad erover heen uit te rijden.

De mist bracht een stilte met zich mee, geluiden werden gedempt. Het voelde net alsof je op een eilandje aan het werk was, terwijl je wist dat her en der anderen bezig waren met snoeien, wieden, water koken, takken opruimen. Een verstilling die naast de kou en de mist ook een schoonheid met zich meebracht, of zoals de Engelsman, die vandaag voor t eerst een dagje meewerkte, opmerkte, ondanks de kaalheid der struiken: wat een prachtige tuin.

Appeloogst

Appeloogst

Wat een bewondering heb ik dit jaar gekregen voor de appelboom. De boom die begin mei zo prachtig bloeit, met die zacht roze-witte bloesem, zo stralend in de prille lente. Als in de zomermaanden de aandacht naar de bessen en de rest van de tuin gaat, worden stilletjes de kleine vruchten gevormd, die gedurende de zomer groter en groter worden. Totdat je op een rondwandeling ineens weer die boom tegenkomt en merkt dat er dit jaar toch wel behoorlijk veel appels aan zitten. Als we begin september de eerste appels gaan rapen, dringt ineens het besef door wat die boom eigenlijk mee moet maken: emmers vol rapen we, bij elkaar al gauw zo’n 60 a 70 kg. En, opkijkend naar de boom, zie je dat die nog nauwelijks leger is!! Dus vanuit het niets, vanuit de lichte bloesem, groeit daar in een aantal maanden, tot wel ruim 200 kg aan al die takken, wat een vracht! Geen wonder ook dat de takken flink doorbuigen, sommige zelfs tot op de grond!

Tot vandaag: de stevige wind van gisteren heeft flink aan de takken gerammeld en vandaag vind ik ineens alle appels op de grond. Dat wordt rapen ipv plukken! De verlichting van de boom is bijna voelbaar en de takken veren weer heerlijk omhoog de lucht in, wat een verademing.

Lunterse Pippeling, begin september
Lunterse Pippeling
En daar liggen ze ineens allemaal op de grond, na de wind van 29/09. En de boom? Die is helemaal leeg, heerlijk.

 

Zonnebrand

Zonnebrand

De gekookte rode aalbessen, wat roze van kleur geworden, en de verschroeide bladeren.

Dat niet alleen mensen last kunnen hebben van teveel zonneschijn, bleek vorige week wel. Teveel zon, te warm, het was niet goed voor de planten en bessen. De planten verschroeiden aan de buitenkant door de zinderende hitte. De aalbessen werden rondweg gekookt, oftewel die gingen dáár overstuur waar ze de hele dag in de felle zon hingen. Zelfs de bessen die nog niet rijp waren ( de late rassen). Wat zonde van al die prachtige trossen die er begin vorige week zo stralend hingen.

Gelukkig gaat het maar om een gedeelte van de oogst. Bij de de aalbessen hangen nog heel veel bessen in de schaduw. Zo ook bij de appels. En de bramen? Die beginnen pas net te rijpen, dat belooft nog een heerlijke tijd te worden.

Ook bramen, net rijp geworden, moesten het ontgelden. Gelukkig waren het pas de eerste bramen, en komen er nog heel veel.
Golden delicious, met brandblaren aan de zonzijde

 

 

Zwaluwenjong

Zwaluwenjong

Onlangs kregen we bezoek van natuurfotograaf Klaas Slijkerman. Iemand die de tijd neemt om, met aandacht, in de stille hoekjes van de tuin, de natuur te observeren. En daar prachtige foto’s van schiet. Zo werd een stukje natuur in de tuin onthuld waar wij, druk met bessen, bloemen, mensen, geen weet van hadden. En eens te meer vraag je je af, het is wel “onze” tuin? Van wie is die nu werkelijk? Van degene die er werkt, of van degene die er woont??

Twee zwaluwenjongen, zittend op de dwarspaal bij de rode bes. “Jij krijgt altijd als eerste”
ik heb ook honger!
Voeding voor ons zwaluwenjong
Braambozen

Braambozen

Braambozen fruitbeleg

Hoe leuk is het te weten, dat, terwijl je aan het plukken bent, je collega de pluk van afgelopen week al aan het verwerken is en in het potje doet. Verser kan niet!!Braambozen, kruising tussen een framboos en een braam, zijn de eerste vruchten die begin juli in grotere hoeveelheden geplukt kunnen worden. En dus ook als eerste verwerkt. Heerlijk fruitbeleg, zeer aromatisch!

Een nieuwe of aloude bewoner

Een nieuwe of aloude bewoner

Vanmorgen in de vroegte nog even stevig aan het onkruid wieden, voordat het te heet wordt. De netten moeten erover, van de blauwe bessen, maar dan moet het veld wel schoon zijn. Tijdens het onkruid trekken voel ik ineens een stevige prik door mijn handschoen heen. Wat is het geval? Een egeltje!

Ligt daar heerlijk, in de schaduw van al dat hoge gras, te slapen. Ook bij het oppakken wordt ons egeltje niet wakker, blijft rustig slapen. Stilletjes brengen we de egel naar een beter plekje, waar ze ongestoord verder kan slapen. 

 

Dat eerste besje

Dat eerste besje

De eerste rode aalbessen, Jonkheer van Tets

En ineens is het dan zover. Al weken houd je de groei van de trossen bessen in de gaten, is de bevruchting goed? Groeien ze goed uit? Zijn de trossen mooi gezet, en vol? En dan, als je net even niet gekeken hebt, zie je een lichtroze waas komen over de bessen. En je kijkt nog een keer, klopt het nou of niet? Als je een paar dagen later kijkt zie je inderdaad een heel licht rood door de takken met trossen schijnen. En toch nog onverwachts, als je grootste zorg nog steeds het onkruid is, of het water (dit jaar), dan is het ineens zover, en hangen er al enkele rode bessen. Natuurlijk moet je die even proeven. Het is niet zoals het hoort, want aalbessen pluk je per tros, en liefst per lange, volle tros. Maar zo’n eerste besje, die kan je niet laten hangen, die móét je proeven; de lekkerste bes van de hele zomer, je eerste rode bes……..

Ode aan de kruisbes

Ode aan de kruisbes

 

 

25 april 2019, de eerste kruisbesjes
9 april 2019, bloesem van de kruisbes

Hier wil ik graag de aandacht geven aan een heel bijzondere bes: de kruisbes (ook wel klapbes, of stekelbes genoemd). Wat een bewondering heb ik voor deze bes! Het is nog maar net lente als de struiken gaan bloeien, één van de eerste bloesems op de bessentuin. Van een afstand lijken die bloempjes niets bijzonders, maar als je ze van dichtbij bekijkt zijn het stuk voor stuk juweeltjes. Het is nog koud, de grond moet nog opwarmen, maar de kruisbes zet door. Als rond 20 april de lente ineens overgaat in de zomer, is de kruisbes al goed op gang, de besjes zijn al zo’n halve centimeter groot. De koude die dan volgt, lijkt de struiken niets meer te doen. De bessen groeien door, zodat ze een maand na de eerste bloesem al ruim 1 cm dik zijn! Dat alleen is al een hele prestatie in een tijd dat andere struiken nog moeten beginnen met uitlopen. Maar gisteren raakte ik nog meer onder de indruk van deze soort. Wat bleek? Niet alleen heeft de struik voldoende energie om de bessen in versneld tempo te laten groeien, tegelijkertijd wordt een grote hoeveelheid energie gestopt in nieuwe groei: jonge scheuten, de uitlopers, nieuwe gesteltakken. Tot mijn grote verbazing zag ik al uitlopers van 15 cm groot, scheuten die volgend jaar zullen gaan dragen. Wat een groeikracht en de maand mei is nog maar net begonnen. Straks, in juni/ juli de oogst en dan de hele zomer uitrusten? Zou het kunnen dat de struiken in de superzomer van afgelopen jaar een flinke lading energie hebben opgeslagen en daar nu van profiteren? Hoe dan ook, de stille verwondering groeit, evenals de honger naar de oogst van straks, die heerlijke , sappige kruisbessen, vol van zomerse smaak.

9 mei 2019, de uitlopers
9 mei 2019 al echte kruisbessen
Eerste oogst!

Eerste oogst!

Hoe pril de lente ook nog voelt, de koude en wat sombere dagen, de eerste oogst was een klein feestje! Want ondergronds groeit de natuur gestaag door, laat zich niet weerhouden door een lichte vriesnacht, of een hagelbui. En zo konden afgelopen week de eerste rabarberstelen geoogst worden. Ter voorbereiding van de voorjaarscompote, die deze week meteen gemaakt werd. Wat een heerlijkheid en wat een rijkdom. Het seizoen gaat hoe dan ook weer beginnen!

Verschijnselen in de tuin – een lesje in fenomenologie

Verschijnselen in de tuin – een lesje in fenomenologie

door Edith de Wit

Fenomenologie, heeft u daar weleens van gehoord? Ik niet, totdat ik een uitnodiging ontving voor een rondleiding door de tuin door bioloog en fenomenoloog Wolter Bos. Na enig googlen kwam ik te weten dat fenomenologie een filosofische stroming is die uitgaat van de directe en intuïtieve ervaring van fenomenen, en hieruit de essentiële eigenschappen van ervaringen en de essentie van wat men ervaart probeert af te leiden. Het woord fenomeen stamt trouwens uit het Oudgrieks en betekent zoiets als verschijnsel, iets dat gezien mag worden. Begrijpt u het al?

Gelukkig kan Wolter het beter uitleggen dan Google: ‘Je kunt de natuur bestuderen als een bioloog en je afvragen waarom vogels op een bepaalde manier zingen of bloemen op een bepaalde manier bloeien. Je gaat er dan vanuit dat er altijd een reden voor is, waarom iets in de natuur gebeurt. Het moet een bepaald nut of resultaat opleveren anders zou het niet plaatsvinden. Soms lijkt er echter helemaal geen aanwijsbare reden te zijn waarom de natuur doet wat zij doet. Welk nut heeft het bijvoorbeeld dat een plant bloemen produceert als deze plant voor haar voortplanting helemaal niet afhankelijk is van bestuiving?’ Dat is een goede vraag.

Het mooie mysterie
Als voorbeeld laat Wolter een schaal met uitbundig bloeiend speenkruid rondgaan, met de vraag wat we eigenlijk zien en welke betekenis we daaraan zouden geven; een kleed van groene blaadjes met daarboven, op niet al te lange stelen, felgeel gekleurde bloemetje, sommige met vijf andere met zes blaadjes. Het geheel wekt bij ons de indruk van blijheid en eigenzinnigheid. Die eigenzinnigheid wordt nog onderstreept door het feit dat het kruid zich vermeerdert door het vormen van kleine knolletjes in de oksels van de bladeren. Het hoeft dus geen bijen of andere insecten te lokken, maar desondanks bloeit het overvloedig. Waarom doet het speenkruid dat? Geen idee, we weten het niet.
Dat onvoorspelbare en onverklaarbare is het mooie mysterie van moeder natuur.

Is het niet fijn dat we niet alles hoeven te begrijpen, dat we gewoon mogen genieten van de schoonheid die in allerlei gedaanten aan ons verschijnt in dit kleine paradijsje in De Glind? Het enige wat we moeten doen – naast het zorgen voor de tuin – is onze ogen en oren openhouden, want helemaal nu in het voorjaar mogen we erop vertrouwen dat er weer volop verschijnselen te bewonderen zullen zijn bij Très Jolie. Wie weet worden we dan allemaal wel fenomenologen.